Leder
Onderhoudstips
Leder mag u nooit voortdurend aan een sterke lichtbron blootstellen, zo kunnen kleurverschillen ontstaan die in het bijzonder na het reinigen goed zichtbaar kunnen worden. Elke ledersoort behoeft zijn eigen onderhoud. Een lederen huid bestaat uit twee volledig verschillende kanten, die bijna altijd verschillend behandeld dienen te worden. Over het algemeen heeft leder een gladde buitenkant en een ruwe, zachte binnenkant.
Suèdeleder
Ontstof leder regelmatig met een suèdedoek of –borstel. Suèdevezels die door vocht aan elkaar gekleefd zitten kunt het beste met een suèdedoek of -borstel behandelen. Eerst tegen de vezel in borstelen dan met de vezel mee. Gebruik bij suèdeleder a.u.b. nooit vlekkenmiddel, terpentine of een crème.
Gedragen leder heeft altijd een vernislaagje – dat betekent dat elke handeling een lichte streep achterlaat. Glanzende strepen kunt u het beste behandelen met een ledergom en een lederborstel. In het begin kan heel fijn lederstof afgeven. Eenvoudigweg uitgekloppen of met de stofzuiger verwijderen. Bij grote vlekken biedt een suèdelederreiniger uitkomst. Bij vet of olie een lederreinigingsspray gebruiken. Probeer de spray eerst uit op een niet zichtbare plek zodat u zeker bent dat er geen verkleuringen optreden.
Na deze behandelingen leder met een katoenen doek opwrijven – bij grote vlekken met de lederborstel of suèdegom behandelen – afborstelen.
Nappaleder
Bij nappaleder kunnen vlekken verwijderd worden met een nappaledershampoo, een nappacrème of met een reinigingstinctuur.
Wassen
Let op: als leder wasbaar is moet dit altijd duidelijk vermeld worden! Vlekken laten zich met lederschampoo vaak verwijderen. Leder mag nooit door en door vochtig worden. Lederzeep in de juiste temperatuur water oplossen.
Leder licht drukken – nooit wringen of draaien.
Drogen
Laat leder nooit bij een te warme temperatuur drogen. Gewassen leder losjes in een handdoek rollen. Leder kan het beste op een vormgevende hanger bij kamertemperatuur gedroogd worden.
Opbergen
Leder niet vochtig in de kast hangen. Leder kan het beste op een vormgevende hanger bij kamertemperatuur gedroogd worden. Leder nooit in een kunststof zak bewaren. Leder is gevoelig voor licht en moet daarom donker opgeborgen worden.
Strijken
Leder moet altijd aan de binnenkant met een droge doek gestreken worden. Strijktemperatuur: max. 120° C lage temperatuur).
Vertrouw a.u.b. altijd op de Onderhoudssymbolen in uw kledingstukken.

